De opkomst van kunstmatige intelligentie en ons grote datagebruik beïnvloeden het noordelijke landschap en landschappen ver daarbuiten. Tim Willems-Kruize bouwt zijn datagebruik daarom af en stopt met ChatGPT.

We browsen, streamen en appen wat af. En eerlijk gezegd, ik kan er zelf ook wat van. De laatste tijd komt daar nog AI bij en sommigen onder ons lijken al niet meer zonder hun ‘Chat’, zoals ChatGPT liefkozend wordt genoemd, te kunnen. Onze tomeloze honger naar data wordt gestild door over elkaar heen buitelende aanbieders met grote bundels gigabytes voor bodemprijzen. Het lijkt wel een sprookje. Je stopt aan je keukentafel of je werkplek een prompt (korte tekst of vraag die je aan AI voorlegt) in je computer en binnen enkele seconden valt er een resultaat uit de lucht. En vrijwel gratis. Geweldig toch?

De werkelijkheid is een stuk ongemakkelijker. Je routeplanner, stembediening van apparaten, het streamen van muziek, series, films of het bevragen van AI: het kost allemaal bakken rekenkracht en daarmee energie en water. Oké, maar wat hebben wij daar in het Noorden mee te maken, dit is toch Noorderbreedte? Ja, dit is zeker, hoe ironisch, een online column van uw favoriete tijdschrift. En ja, helaas heeft dit onderwerp effect op onze landstreek waar we zo trots zijn op de ruimte, stilte, duisternis, landschappen, natuur, zuivere lucht en schoon water. De prijs van onze honger naar energie en data wordt namelijk op sommige plekken in het Noorden en ver daarbuiten betaald. Want sprookjes, dat weten we eigenlijk wel, die bestaan niet.

Wat wel bestaat – of moet ik zeggen nóg wel bestaat – is het dorpje Oudeschip in de uiterste noordoosthoek van Groningen met zo’n 250 inwoners. Ik was er laatst een rondje ruimterennen om poolshoogte te nemen. Dit negentiende eeuwse dorpje aan de voet van de Provinciale dijk uit 1718, thans Middendijk, wordt door tientallen windturbines met minimaal de ashoogte van de Martinitoren gekleineerd. De turbines vormen windpark Oostpolder, waar duurzame energie wordt opgewekt voor u, mij en bedrijven zoals Google. Laat het even op u inwerken wat dit betekent voor het dagelijks leven van de dorpsbewoners. Bij iedere blik uit huis of stap buiten de deur hebben zij van doen met horizonvervuiling, slagschaduw, geluid en knipperende lichtjes. En niet éénmalig maar 24 uur per dag, zeven dagen per week en jaar in jaar uit. Dat is ‘nait best’.

Zicht vanaf Nooitgedacht op het al bebouwde deel van de Oostpolder met op de achtergrond de Eemshaven

Maar dat is nog niet alles. De opwek van energie in de Oostpolder en de naburige Eemshaven trekt datacenters aan die op zoek zijn naar ruimte, energie en koelwater. En onze overheden faciliteren dit. Ik vind dat best opmerkelijk omdat deze bedrijven, met afmetingen van meerdere voetbalvelden, ten koste gaan van het landschappelijk schoon, cultureel erfgoed, natuur, de vruchtbaarste landbouwgrond van de wereld en bovendien schaarse energie en ons water opmaken. En als we uitzoomen hebben datacenters een nog veel grotere negatieve impact. Denk aan de kabels onder de Wadden en Schiermonnikoog door. Of de winning van grondstoffen voor de fabrieken onder schrijnende omstandigheden in Azië en Afrika en vernietiging van de natuur, het landschap en het milieu daar. Waarom doen we dit eigenlijk? Veel werkgelegenheid levert het bijvoorbeeld niet op.

We zouden ons af moeten vragen welke economie we willen in het Noorden en welke gevolgen dit mag hebben voor plekken als Oudeschip. Kunnen de overheid en het bedrijfsleven geen paal en perk stellen aan het tomeloze gebruik van data? Met bij de reclame voor de bundels een waarschuwing ‘overmatig datagebruik schaadt uw gezondheid en sloopt de planeet’ en één of andere schrikbarende foto? Ikzelf ga daar niet op wachten en ga alvast op datadieet. Te beginnen krijgt ‘Chat’ een heel lange vakantie en de lange avonden die komen ga ik lekker vullen met goede gesprekken en dito boeken. Maar dat zet toch helemaal geen zoden aan de Middendijk? Dat vind ik dus totale lulkoek. Alle beetjes helpen, dus…

In deze wekelijkse wisselcolumn schrijven Nb-redactieleden ombeurten over wat hen bezighoudt in en om het Noorden.