Ik steek de Hoofdweg over. Met flinke vaart rijdt een zwarte Volkswagen Golf op me af, met achter het stuur een knul met een pet. ‘Rustig aan!’ gebaar ik hem, maar hij heeft er maling aan. De sinds vorig jaar verlaagde snelheidslimiet geldt niet voor hem. De oude limiet trouwens ook niet, zo schat ik in.
Dwars door Eelde-Paterswolde loopt de Hoofdweg, een belangrijke ontsluitingsweg naar winkels en omliggende dorpen. Tot 2024 lag er een brak fietspad naast, maar sinds een grondige herinrichting is dat verleden tijd en zijn auto’s, bussen en fietsers samengebracht op één strakke plak asfalt, voorzien van een rode fietssuggestiestrook. De snelheidslimiet is daarbij teruggebracht van 50 naar 30 kilometer per uur. Een stuk veiliger zou je denken, maar mijn gevoel vertelt een ander verhaal.
Een paar dagen na m’n akkefietje lees ik in de lokale krant dat de Hoofdweg van Eelde ‘een voorbeeld is hoe het wél moet’. Dit vanuit een charmeoffensief dat het OV-bureau Groningen Drenthe is gestart. De herinrichting wordt geroemd vanwege de betrouwbare en snelle doorstroming voor de bus. Ik lees de berichten als een pleidooi voor een weg die een kostenefficiënte verbinding tussen A en B moet zijn. Een achterhaalde visie, zeker in bebouwd gebied.
Dat het ook anders kan, bewijzen ze in Helsinki. Daar was het aantal verkeersdoden in 2024 nul – een indrukwekkend resultaat. Ze zetten in op een goede weginrichting, hebben op veel wegen de snelheid teruggebracht naar 30 kilometer per uur en handhaven waar nodig. Geïnspireerd door dat succes zien Nederlandse verkeerskundigen het terugbrengen van 50-wegen naar 30-wegen als panacee. Amsterdam, Groningen, Eelde-Paterswolde: op steeds meer plekken verlagen gemeenten de snelheid in de bebouwde kom. Begrijpelijk, want onderzoek toont aan: speed kills.
Toch ligt het succes van Helsinki niet alleen aan de maximumsnelheid, maar ook aan de weginrichting met bijvoorbeeld vrijliggende fietspaden. Juist daar gaat het in Nederland vaak mis, omdat er simpelweg geen ruimte voor is of wordt gemaakt. De Nederlandse insteek lijkt te zijn “fietsers erin, snelheid eruit.” Ik voel me daardoor als fietser op steeds meer wegen een levende snelheidsbelemmerende maatregel in plaats van een volwaardig verkeersdeelnemer. Dat merk ik niet alleen in Eelde-Paterswolde, maar ook vijf kilometer verderop, op de Molenweg in Haren. Gehaaste automobilisten die eigenbelang boven veiligheid stellen. Al meer dan eens ben ik daar de goot in gedrukt.
Inmiddels worden in de gemeente Groningen de 30-zones versneld ingevoerd. Recent nam de gemeenteraad unaniem een motie aan: ‘Bloembakken in de straat, snelheid eruit’. Dit lijkt me een prima alternatief voor de kwetsbare fietser als snelheidsobstakel. Zeker als de bakken mooi en slim in het wegontwerp worden verwerkt. Maar laten we eerlijk zijn: een bloembak maakt nog geen verkeersveiligheid. Uiteindelijk draait het bij het verbeteren van de wegen in onze dorpen en steden om het maken van integrale keuzes zonder verkokerde visie: wie krijgt de ruimte en wie de risico’s? Goed openbaar vervoer is daarbij belangrijk voor de leefbaarheid, maar een veilige weg voor fietsers is van levensbelang.
