Op vakantie geniet Mark Sekuur van grillige rotsformaties. Plekken waar de aardkorst op elkaar is geklapt, met adembenemende hoogteverschillen en spectaculaire panorama’s tot gevolg. En dan, terug in Nederland, lijkt alles ineens vlak en aangeharkt. Tenzij je weet waar je moet kijken.

Na de zomer start ik met een nieuwe lichting eerstejaarsstudenten Built Environment. In de eerste weken neem ik ze mee op ontdekkingstocht door het Noord-Nederlandse landschap. Vraag ik naar indrukwekkende landschappen, dan noemen ze meteen de bergen van hun zomervakantie. Nederland vinden ze plat en saai. Precies daar begint mijn opdracht: laten zien dat ook dit landschap vol verborgen reliëf en gelaagdheid zit.

Natuurlijk, Nederland is relatief vlak. Rotsformaties zie je alleen in klimhallen en bij het Hunebeddencentrum in Borger. De hoogste bergen in Groningen en Drenthe zijn door de mens opgeworpen en uitgedoofde vulkanen liggen diep verborgen onder de Waddenzee. Op maaiveldniveau is het een cultuurlandschap pur sang. Maar dat is slechts het oppervlak. Wie beter kijkt, ziet de sporen van het geologisch kneden dat dit landschap zijn karakter geeft.

Eén van mijn favoriete opdrachten is die waarbij ik de studenten aan de slag zet met de geomorfologische kaart van het Dinoloket. Daar ontdek je de oorsprong van elk stukje Nederland. Zo lees ik dat ik op een oude ijsstroomheuvelrug woon en dagelijks over een dekzandrug en keileemrug fiets – tastbare overblijfselen uit de tijd dat landijs hier de dienst uitmaakte.  De geo-kenner herkent er het Drents Plateau in: een oud en gelaagd landschap.

Ook het ‘nieuwe’ zeekleilandschap boven de lijn Groningen – Leeuwarden kent talloze prachtige plekken waar de natuurlijke ontstaanswijze nog in het reliëf is terug te lezen. Oude restgeulen, getij-afzettingen en zeeboezemvlakten meanderen in microreliëf door het landschap. Vaak bewaard doordat de mens ze slim gebruikte, bijvoorbeeld door op de opgeslibde kwelderwallen terpen te bouwen of wegen aan te leggen. Een prachtig cultuurlandschap gefundeerd op een natuurlijke basis.

Het Noord-Nederlandse landschap moet je ontdekken in vertraagd tempo. Niet in één oogopslag, maar stap voor stap. Het vraagt aandacht, geduld en kennis. Wie goed kijkt, ontdekt een schoonheid die dieper gaat dan de snelwegpanorama’s langs de Brennerpas: een schoonheid van detail en gelaagdheid.

Mijn uitdaging is om studenten die blik en houding mee te geven. Want wie het landschap leert lezen, ziet niet alleen het verleden, maar ook de bouwstenen voor de toekomst. Dan ontstaat ruimte voor energieparken die passen in het reliëf, nieuwbouwwijken die aansluiten op oude structuren en klimaatmaatregelen die het landschap versterken in plaats van verarmen. Zo wordt elk plan een nieuw hoofdstuk in een doorlopend landschapsverhaal.

In deze wekelijkse wisselcolumn schrijven Nb-redactieleden ombeurten over wat hen bezighoudt in en om het Noorden.