Afgelopen winter werden miljoenen kolen, pompoenen en aardappels afgedankt en als veevoer gebruikt. Dat gebeurde om uiteenlopende redenen die allemaal neerkomen welke onregelmatigheden wij willen accepteren als wij kool, pompoen en aardappels kopen. Aan deze winter ging een herfst vol rampspoed in de zogeheten ‘korte keten’ vooraf. De platforms Lokalist (regio Utrecht) en Rechtstreex (regio Rotterdam) gingen fallliet – pionierende ondernemingen die duurzame lokale producten zonder tussenpartij bij de klant op tafel zetten.
Het was bijna voorjaar toen De Streekboer na ruim tien jaar het faillissement aan moest vragen. Dat volgde op moeilijke tijden waarin BioNoord al kopje onder was gegaan, de groothandel voor lokale biologische producten. In het kielzog van dat faillissement moest De Streekboer zijn koers ernstig bijstellen. Beide partijen waren kort daarvoor samen een ‘foodhub voor het Noorden’ gestart. De Streekboer moest nu afscheid nemen van dit concept met afhaalpunten, waar klanten wekelijks hun bestellingen bij lokale boeren konden ophalen. Het bedrijf beperkte zich voortaan tot groente- en fruitpakketten die aan huis bezorgd werden. Geen vlees en zuivel meer. Zo verloren ‘zelfzuivelaars’ als Buurvrouw Durkje (Vegelinsoord, Friesland) en Kleikracht (Winsum, Groningen) een belangrijk afzetkanaal.

Systeemfouten
‘Verschrikkelijk zuur’, noemt Sandra Ronde van De Streekboer het, dat het niet gelukt is een gezond verdienmodel op te zetten. Komen er na al deze rampspoed betere tijden aan? Als we dat aan pioniers uit de duurzame korte keten vragen, horen we diepe zuchten. ‘Soms denk ik: laat nu die hele apocalyps maar komen, dan kunnen we op de brandende resten iets beters opbouwen’, aldus Monique van Etten. Eerder had ze in Leeuwarden een winkel met lokale producten en nu is ze bezig nieuwe verkoopkanalen op te zetten voor de korte keten.
‘Voor het eerst in al die jaren merk ik dat de moed me weleens in de schoenen zakt’, zegt Janco Heida. ‘Ook met al onze idealen kunnen we een kapot systeem niet redden. En als ik de regelgeving zie waar pionierende boeren mee te maken krijgen, dan vraag ik me steeds vaker af of de overheid dit eigenlijk wel wil. Het is demotiverend en destructief, ik kan het niet anders noemen.’ Heida stond met Ronde aan de wieg van De Streekboer en begeleidt nu noordelijke boeren bij het ontwikkelen van een renderend bedrijfsmodel. Zo werkte hij mee aan De Havercoöperatie om Friese naakte haver in de markt te zetten als gezonder alternatief voor rijst. Daarnaast spande hij zich in voor de afzet van tarwemeel van de Graanbroeders uit Gaasterland aan de zuurdesembakkers van Amsterdam en de rest van de Randstad.
Heida en Van Etten worden elke keer opnieuw geconfronteerd met de systeemfouten in de voedselketen. ‘Het is een totaal oneerlijk speelveld’, stelt Van Etten. ‘Boeren die duurzaam voor de korte keten produceren krijgen nauwelijks landbouwsubsidies. De intensieve landbouw krijgt die wel en zo wordt voedsel in de supermarkt goedkoop gehouden. We zijn verslaafd gemaakt aan de lage prijzen in de supermarkt. Dat is pure politiek. Elke keer dat je boodschappen doet, moet je jezelf de vraag stellen: wil ik eten met gif of zonder gif? Spek ik nu de aandeelhouder of steun ik degenen die dit eten produceren en bij mij thuis brengen?’
En al die mooie acties dan, waarmee tonnen groente die vernietigd dreigden te worden werden ‘gered’ door goedwillende burgers van heinde en verre? ‘Dat geeft mensen het gevoel dat ze iets oplossen. Maar het probleem in het systeem blijft bestaan. Ik krijg daar echt buikpijn van’, zegt Van Etten. Boeren kunnen hun oogst niet kwijt, omdat ze klem zitten bij de supermarkten. Het helpt ook niet als zo’n door de supermarkt afgewezen partij met gelikte marketing ‘gered’ wordt. ‘Ik heb het vaker gezien: door zo’n reddingsactie blijven andere boeren die jaar in jaar uit biologisch voor de lokale markt telen, juist met hun oogst zitten.’
Rust in de keten
Een beter voedselsysteem draait op langdurige samenwerkingen, waarin goede en slechte oogsten gezamenlijk omarmd en gedragen worden door boer, burger en leverancier. Waarin zorg voor de aarde beloond wordt en voedsel zo weinig mogelijk kilometers onderweg is. Biologische bezorgdienst Hofweb is al 21 jaar aan het pionieren met zo’n model. De continuïteit en het coöperatieve karakter zijn de peilers waar Hofweb op stoelt, denkt directeur Lambertus Zijlstra. Over de toekomst van Hofweb is hij voorzichtig positief. ‘Wij gaan voor rust in de keten. Als een Hofwebboer heel veel appels overheeft, houden we daar een extra actie voor: een kilo gratis als je vijf kilo bestelt. Er zijn boeren met wie we al ons hele bestaan samenwerken. Door die continuïteit krijgen ze een betere prijs dan bij de supermarkten. Zo durven opvolgers tóch de overname van de boerderij aan.’
Lichtpuntjes
Hofweb werkt met een vaste groep boeren door het hele land. De coöperatie is gebouwd op een trouwe groep leveranciers, betrokken klanten en weinig financiering. Hofweb werkt lokaal, maar niet hyperlokaal: een besteller in Dokkum krijgt dezelfde appels als een besteller in Arnhem. ‘Het is in de eerste plaats een logistieke operatie waar wij mee bezig zijn’, beaamt Zijlstra. ‘Logistiek is de grote bottleneck. Het is heel verdrietig hoe het andere partijen in deze markt nu vergaat. Wij weten hoeveel liefde en passie erin gaat zitten.’
Het biologische landschap is sterk aan het veranderen, bespeurt Zijlstra. ‘Wij onderscheiden ons door het communitygevoel. Dat ontbreekt bij de biologische supermarkten. Ik vind het heel spannend of zij zich kunnen handhaven, nu andere supermarkten steeds meer gaan concurreren met een groter en goedkoper bioaanbod.’
En dan zijn er ook lichtpuntjes: met veel boerderijwinkels en biologische markten gaat het goed – zolang de logistieke knelpunten omzeild worden en boeren rechtstreeks aan de klant leveren. ‘Zo’n groentereddingsactie laat zien dat mensen wél willen’, zegt Janco Heida. ‘Ik heb de hoop dat er iets ontstaat in de onderstroom. We hebben de autonomie van boeren en de kracht van burgers nodig die zeggen: we bouwen iets nieuws op buiten het systeem.’
