Na Wederzien – over wederopbouwarchitectuur in Noord-Nederland – en De Straatlas – over straatmeubilair in heel Nederland – werkt schrijver Jaap Krol nu aan de biografie van de A7. Beter gezegd: de autobiografie. In vijftig columns-bij-foto’s schetst hij een beeld van de langste snelweg van Nederland. Hier een voorpublicatie uit het eerste gedeelte, van hectometerpaaltje 0,0 tot de stad Groningen.

Bad Nieuweschans

De A7 begint iets ten zuidoosten van het Groningse grensdorp Bad Nieuweschans, op het meest oostelijke punt van Nederland. Een veelzeggende locatie dus, hoewel de grens tussen Duitsland en Nederland hier bestaat uit slechts een dun, nietig streepje.
Niettemin markeert het streepje werelden van verschil. Duitsland is Beieren en Pruisen, is Huppendorf, Wasbüttel en Karrenzin; Nederland is Zeeland en De Betuwe, is Haps, Barsbeek en Scharsterbrug. Anders dan de volslanke Nederlandse weginrichting heeft de Duitse Autobahn bredere vluchtstroken en een robuustere belijning.
Na het streepje mag je nog steeds 130 kilometer per uur rijden. Maar dat voorrecht duurt niet lang, want bij Zuidbroek is het alweer afgelopen. Het is vooral aangenaam om na het Duitse snelweggeweld even 27 kilometer uit te rijden en tot bezinning te komen.

Geen betere plek om uit te rijden dan het Oldambt, waar het op de snelweg nog lekker rustig is. Ooit was het een van de Groningse Ommelanden, oude bestuurlijke rechtsgebieden met mooie namen als Fivelingo, Humsterland en Hunsingo. Ook Oldambt is een mooie naam. Tegenwoordig leeft de naam voort als gemeentenaam, waar het grensdorp Bad Nieuweschans dus ook onder valt.
Dit is trouwens het laatst voltooide stuk van de moderne A7. Daartoe werden er tussen 1947 en 1963 allerlei grenscorrecties met Duitsland doorgevoerd, wat een tamelijk moeizaam proces was. Op 8 april 1960 ondertekenden de ministers van Buitenlandse Zaken Joseph Luns en Heinrich von Brentano in Den Haag daartoe een verdrag. Het document-met-de-lange-naam staat vol beeklopen, slingerpaadjes en grensstenen, met daartussen allerlei denkbeeldige stippellijnen. In paragraaf 46, over het gebied Bunderneuland-Nieuweschans, staat bijvoorbeeld: ‘De nieuwe grens loopt van een punt dat 185 m ten zuidwesten van grenssteen 193 op de oude grens ligt, langs een cirkelboog die over een punt 40,65 m ten zuiden van grenssteen 194 leidt en die tangentiaal aansluit bij het verlengde van het lange rechtlijnige grensgedeelte tussen de grensstenen 196 en 195. Van dit raakpunt loopt zij verder in rechte lijn naar het knikpunt van de oude grens ongeveer 26 m ten zuidoosten van grenssteen 195.’

‘Anders dan de volslanke Nederlandse weginrichting heeft de Duitse Autobahn bredere vluchtstroken en een robuustere belijning’

Nederland had het plan om vijf jaar na de inwerkingtreding een nieuwe weg aan te leggen, maar ook dat ging zomaar niet. Protesterende boeren en gedoe over leefbaarheid vertraagden de aanleg. Pas in april 1993 opende minister Maij-Weggen het vanaf Zuidbroek verdubbelde baanvak en kon hectometerpaal 0,0 definitief de grond in worden geheid.

Bad Nieuweschans

Zuidbroek

Na een onderdoorgang vliegt de A7 hier een geliefd gebouw voorbij. Het is niet de Aldi Zuidbroek, maar de Petruskerk, die oorspronkelijk is gewijd aan Augustinus van Hippo. Deze zogeheten romanogotische kruiskerk – romaanse ronde vormen gecombineerd met gotische puntmystiek – dateert uit het eind van de dertiende eeuw. Om redelijk precies te zijn: rond 1280, toen er in Zuidbroek reeds een parochie was. Kenners vermoeden dat de kerk relatief snel is gebouwd, omdat de buitenkant er gelijkmatig uitziet en het bouwproces dus weinig vertraging heeft ondervonden.

Het is natuurlijk wel wat, zo’n middeleeuwse parel aan een dorpdoorklievende racebaan. Hij heeft de veldslagen in Heiligerlee nog gehoord en fungeerde toen wellicht als schuilplaats voor bange burgers. In de Groningse en Friese kleistreken stikt het trouwens van de romaanse en romanogotische kerkjes, maar naar verhouding nemen weinig mensen de afslag om deze enorme rijkdom eens van dichtbij te bekijken. Dat doe je immers alleen in Frankrijk of Italië, waar ze vandaan komen en veel echter zijn.

Twee aan de brugleuning gekluisterde jongens van rond de veertien vragen wat ik hier aan het doen ben. Ik zeg dat ik een reeks maak over de snelweg, van Nieuweschans tot aan Zaandam. Aha, zeggen ze. Ze vinden het wel interessant, want ze houden van snelwegen en komen geregeld even kijken naar vrachtauto’s en motoren – daar draait het tenslotte allemaal om.

Later heb ik er spijt van dat ik ze niet op de foto heb gezet. Jongens van veertien op een viaduct, dat is een aparte klasse. De wereld wordt wijd, het speelgoed wordt levend en daartussenin broeit iets. De beroemde Duitse portretfotograaf August Sander (1876-1964) wist zich er wel raad mee. Hij zou van zijn fiets stappen en alle elementen – een kerk uit 1280, een snelweg uit 1993, een Aldi uit 2018 en twee jongens van rond 2013 – bij elkaar zetten en met één enkele klik heel Zuidbroek suggereren, vol diepte, reliëf en perspectief.

Gelukkig valt er tussen de jongens en mij een gemakkelijke stilte. We praten wat over Zuidbroek, dat in hun optiek best ver van Groningen ligt. Dat geloof ik wel, want vanaf geen enkele viaduct of brug kun je twintig kilometer ver kijken. Klinkt die afstand te voet of te paard al oneindig ver, een kwartiertje autorijden kan ook voelen als een eeuwigheid.